Mortal Ralf (kortverhaal)

“Vecht!”

Ralf kijkt rond. Waar kwam die stem plots vandaan? En waarom die nutteloze boodschap? Het heerschap dat tegenover hem staat, maakt erg duidelijk wat er van hem verwacht wordt. Tenzij hij die twee zwaarden in een speelgoedwinkel heeft gekocht om ze nu fier aan Ralf te tonen? Ik denk het niet.

Ralf kraakt z’n knokkels, draait z’n hoofd enkele keren van links naar rechts en zet de benen wat uit elkaar.

“Vecht… nu!”

De stem heeft zelfs een echo, wat erg knap is op een strand waar de enige bergen de zandheuveltjes onder hun voeten zijn. Veel meer tijd krijgt Ralf niet om zich te verwonderen over de speciale effecten – laat staan de bron – van de stem. De man? Vrouw? Het ding tegenover hem rent als een gek op hem af. Beide zwaarden draaien rond en zouden erg handig zijn in de keuken als hij nog eens een slaatje moet mixen. Ralf maakt een mentale noot dat hij zeker die zwaarden moet meenemen. Wanneer Ralf de poriën van het ding kan zien – had hij beter niet gedaan; wat een afzichtelijk wezen, zeg – springt hij op. Hij voelt hoe een van de zwaarden z’n schoenzool schraapt. Hopelijk kan hij zo meteen nog naar z’n bootje stappen zonder dat er water in de schoen loopt. Even wil Ralf, in z’n sprong, de onderkant van z’n schoen controleren, maar hij besluit dat dat nu niet het moment is. Hij zou wel eens verkeerd kunnen landen en dan met zand in z’n haar moeten vechten. Niets zo lastig als een geweldige bos haar hebben die kraakt van de zandkorrels.

Ralf draait zich in de lucht om, landt, en wacht tot het ding doorheeft dat het een ander aanvalsplan moet bedenken. Als ik nu op de grond spuw, komt dat dan patserig over? Maar er zit effectief zand tussen m’n tanden, verdomme. Het ding draait zich om en spuwt op de grond. Perfect, als hij dat mag, ik ook. Ralf spuwt zoals een kleuter doet wanneer het zand in de mond heeft: de lippen zwaar trillend en speeksel dat overal heen vliegt. Maar het zand is tenminste uit m’n mond.

Het – ding… monster… ach, laat maar – besluit een andere tactiek te hanteren. Het gooit één zwaard weg – jammer, dat zwaard heeft zonet de helft van z’n waarde verloren – en houdt het andere achter zich, klaar om als een houthakker op Ralf in te hakken. “Ik ben geen boom, hoor.” of “Jij hakt er wel op in, hè.” Ralf probeert beide zinnen in z’n hoofd uit. Hij twijfelt. Ze zijn niet direct erg origineel en aan de blik van het ding te zien zou de humor ervan sowieso verloren gaan. Ralf schudt het hoofd. Hij houdt z’n arm voor zich gestrekt en wijst naar het monster, om dan traag de vinger te krommen en een ‘kom maar’-gebaar te maken. Het monster krijst en stormt zoals verwacht op Ralf af. Yup, dat werkt altijd. Ralf kraakt de laatste keer z’n vingers en doet dan waar hij zo goed in is… Hij draait zich om en begint te joggen. Niet lopen, maar joggen. Net ietsje sneller dan het ding dat als een razende gek op hem afloopt. Ideaal weer voor een strandjog, toch?

Wanneer Ralf niet aan het genieten is van de ondergaande zon en de zachte bries in z’n welige haarbos, kijkt hij van tijd tot tijd achterom. Al na enkele minuten moet hij vertragen, want het monster begint al veel minder enthousiast te volgen. Nog eens enkele honderden meters later – net wanneer hij eindelijk z’n ritme heeft gevonden – lijkt het ding eerder op een dronkelap. Het struikelt af en toe, maar Ralf wacht altijd professioneel tot het opnieuw recht kruipt en de achtervolging verder inzet. Het monster houdt het zwaard niet meer boven het hoofd, klaar om toe te slaan, maar sleept het ding achter zich mee. Het laat een lange – best wel sierlijke – lijn achter in het zand. Perfect, dan moet ik straks gewoon die lijn volgen om bij z’n tweede zwaard te komen. Wat een zalige dag. De wind blaast de laatste zandkorrels uit Ralfs haar en de zon voelt nog steeds heerlijk warm aan. Nu nog een cocktail en ik zou hier kunnen wonen.

Ai, z’n tweede zwaard heeft hij ook laten vallen. Het monster strompelt nu als een volleerde zombie, inclusief een geluid dat het midden houdt tussen reutelen en stikken.

Ralf draait zich om en knikt. Het ding heeft het langer volgehouden dan hij had voorspeld. Dat moet hij het wel nageven. Het monster kijkt verbaasd rond. Het lijkt volledig vergeten te zijn waarom het hier eigenlijk is. Tja, waarom eigenlijk? Ach ja… Ralf – die zelden langer dan één seconde een gedachte tijd kan én wil geven – wijst naar boven. Zoals verwacht kijkt het ding verbaasd naar boven. Had je niet moeten doen. Het heeft nooit de vuist van Ralf zien aankomen. Het zal het wel kortstondig gevoeld hebben terwijl de vuist in de muil van het wezen verdwijnt en ogenblikkelijk de tanden, hersenen en andere zachte delen in het hoofd tot pulp herleidt.

Het ding zakt door z’n benen. De mond nu een groteske, gapende wonde, alsof het ding Ralf verbaasd aankijkt. Ralf veegt snel z’n vuist aan z’n broek af en raapt het zwaard op.

“Foutloze overwinning!” roept de stem, weer uit het niets.

Ralf haalt z’n schouders op. Die stem zal vanzelf wel stoppen, zeker? De zon is niet meer dan een oranje streep vlak boven de zee wanneer Ralf fluitend over het strand wandelt, de lijn in het zand volgend.

Responsible AI disclosure: de bannerafbeelding werd m.b.v. ChatGPT 5 gemaakt. Voorgaande tekst werd volledig zelf geschreven, maar de editering/verbetering werd in samenspraak met GPT-5 gemaakt.

Plaats een reactie

search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close